MIJN VERHAAL

 

 

 

     

   

Het is maandag 22 oktober 2001. Je bent 17 jaar. 
Je hebt vandaag stage gelopen bij bakkerij van Miltenburg in Houten.  

s Middags breng je je scooter weg en samen met Valesca kom je met de auto naar huis toe. In de auto horen jullie een mooi liedje van Lasgo. Na het eten ga je s avonds nog naar buiten toe, maar je bent al vroeg weer binnen omdat een paar vriendinnen zeggen dat je er niet zo lekker uit ziet, je hebt rode ogen en zeggen dat je maar vroeg naar bed moet gaan, omdat je dan de volgende dag weer opgeknapt bent. Je voelt je zelf ook niet zo lekker.

s Avonds kletsen we met zn vieren nog wat na. Je besloot vroeg naar bed te gaan, omdat 
je de volgende dag weer naar school moest.

  23 oktober 2001 om 5.00 uur s morgens gaat je telefoon af. We worden er wakker van en lopen naar je toe. Je weet op dat moment niet hoe je je telefoon uit moet zetten en zegt telkens weet ik veel, weet ik veel. Op een gegeven moment word je rustiger en val je weer in slaap.

Om 8.00 uur s ochtends bel ik de school om te zeggen dat je niet komt, omdat je ziek bent. In eens hoor ik boven lawaai en ren naar boven. Daar ben je inmiddels, vanaf de zolder, naar onze slaapkamer gelopen en lig je verstijfd op ons bed. Ik vraag of je wat water wilt en je zegt ja. Ik geef je wat water, maar onmiddellijk spuug je dit weer uit. Je kijkt heel raar uit je ogen en ik vraag of je weet wie ik ben. Op dat moment zeg je nee en weet ik dat dit niet goed is. Ik bel onmiddellijk de dokter. 
De assistente vertelt me dat de dokter over 10 minuten bij ons is.  

De dokter heeft je onderzocht, maar je reageerde nergens meer op. 
Ze belde onmiddellijk het ziekenhuis en een ambulance. Met gillende sirenes werd je naar het ziekenhuis in Utrecht gebracht. Daar aangekomen werd je onderzocht en bleek dat het vocht uit je ruggenmerg troebel was. Dit duidt op hersenvliesontsteking. Je werd naar de Intensive Care gebracht en werd aangesloten op de monitor. Je was heel onrustig en greep maar naar je hoofd, maar kon ons niet duidelijk maken wat er met je aan de hand was. 
Verscheidende malen heb je je infuus uit je arm getrokken. De artsen besloten je morfine te geven, waardoor je wat rustiger werd. Dit hielp, je werd een stuk rustiger.

 

 

Om 19.00 uur zijn papa, ik en Valesca naar huis gegaan. 
Om 20.00 uur kwam er een telefoontje uit het ziekenhuis dat je een ademstilstand had gehad en dat je aan de beademingsapparatuur werd aangesloten. Ze vroegen ons om weer naar het ziekenhuis te komen. Een buurman heeft ons naar het ziekenhuis gereden. 
Al snel kregen we artsen te spreken. 
De artsen dachten dat je hersendood was. De artsen zeiden dat de eerste 72 uur belangrijk zijn, want je moet een patint die tijd geven om daar weer uit te komen.

Die nacht hebben wij in het ziekenhuis geslapen bij papa op de afdeling. 
s Nachts heb je een hersenscan gehad en nog een aantal andere onderzoeken. 
Het bleek dat je ene long helemaal vol met slijm zat, ze hebben toen een bronchoscopie bij je gedaan. 
Je hartslag was op bepaalde momenten dik over de 200. Je vocht voor je leven!  
De volgende ochtend toen we bij je kwamen was je in coma geraakt, je reageerde nergens op. 
Je had erg hoge koorts, boven de 40 graden. Je hebt een paar dagen in coma gelegen.

We hebben muziek voor je meegenomen, waar je op reageerde. 
Je deed je ogen open. Na een dag of vijf kwam je uit je coma.

Je kon niet praten, omdat je door je mond beademd werd. We maakten afspraken voor het communiceren. 1 keer knipperen met je ogen was ja en 2 keer was nee.  
Het werd een heel spannende en onzekere tijd. We hadden geen idee wat er precies met je aan 
de hand was, hoe het verder met je zou gaan.  
Er kwamen heel veel onderzoeken en elke dag een longfoto.

Uiteindelijk kwamen de doktoren erachter dat je geestelijk niets mankeerde, maar je was vanaf je nek verlamd en zou altijd aan de beademing moeten blijven. Maar jij wilde verder leven, zelfs op deze manier.

Er is door de ontsteking zon grote druk in je hoofd ontstaan, wat niet weg kon. Door het achterhoofdsgat is het naar beneden gegaan en er is een stuk van je ruggenmerg door de bacterie helemaal weggevreten. Wonder boven wonder heb je dit overleefd.

Hoe jij dat verwerkte in het ziekenhuis?  
Je hebt een aantal dagen je ogen dicht gehad en wilde niets, zelfs geen muziek luisteren.

Met de verjaardag van Valesca in november wilde je jouw kamer op de intensive care versierd hebben. Je wilde netjes aangekleed zijn.  
Je had geaccepteerd dat je op deze manier verder wilde leven.

In het ziekenhuis had je jouw eigen kamertje, die familie en vrienden wisten te vinden. Het was behangen met heel veel kaarten en Ajax spullen.

19 mei 2002 werd er voor jouw 18e verjaardag een big surprise party georganiseerd door personeel van het ziekenhuis. Heel veel familie, vrienden en buren kwamen, zelfs je klasgenoten en docenten van de bakkersopleiding kwamen naar je toe met zelfgebakken gebak.

Na 8 maanden ziekenhuis ben je in juni 2002 verhuisd naar het Zonnehuis in Zuidhorn, 
waar je jouw eigen kamer kreeg.